Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Jacob, hij had dochters, en twaalf zonen
waaronder Juda en ook Benjamin;
later gingen die twee samen wonen,
het werd: “ Jerusalem, dat ik bemin “ ;
Sion, het ligt in ‘t land van Moria,
van daar zal ’s Heeren Wet en Woord uit gaan,
zo luidt de profetie van Jesaja:
dan zal God’s Huis daar, met de berg, vaststaan

enwat voor stormen heeft die stad doorstaan!,
verwoesting en verstrooïng was haar deel;
maar God’s beloften blijven wel bestaan:
de Heere maakt een eind aan ’t krijgstoneel;
Jerusalem, daar wil de Heere zijn,
daar zal Hij Koning zijn in eeuwigheid;
de ganse aarde, die is Zijn domein,
Hij geeft de Stad der Steden heerlijkheid

daar is, voor ons, alles door Hem volbracht,
de weg naar Golgotha is Hij gegaan;
nu komt Hij weer, met majesteit en macht:
Jerusalem, in goud, zal open staan,
de Heere zal Zijn Hofstad binnengaan;
Hij zal daar Koning zijn in heerlijkheid:
met Israel zullen wij voor Hem staan,
en Hem lofzingen tot in eeuwigheid