Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Thomas was een van de discipelen van de Heer,
hij wordt wel de ongelovige Thomas benoemd,
maar dat doet niet geheel recht aan hem, want er is meer
dat over hem, Thomas, in de Schriften wordt genoemd

Didymus was zijn bijnaam, dat betekent tweeling,
maar nergens vermeldt het Woord bij hem een broer of zus,
die had hij zeker gebracht bij Hem Die hij aanhing;
het ligt, voor het zijn van tweeling bij Thomas, aldus:

Thomas kende bij zichzelf twee persoonlijkheden:
een analyticus die alles zelf wil weten,
een mysticus die troost en steun zoekt in gebeden,
en die de gelovige Thomas heeft te heten

hij kon niet meer toen de Heer op vrijdag overleed:
de Heer, Zijn Heer, was daar op Golgotha gestorven,
werd gelegd in het graf, dat men met de steen dichtdeed;
Thomas vond zijn leven verloren en bedorven

op de Paasdag was hij niet aanwezig in de kring,
Thomas kon het niet, hij had genoeg aan zijn verdriet;
en het woord “ de Heer is opgestaan “, dat hij opving,
dat had voor hem slechts waarde als hij de Heer zelf ziet

zie hoe het in Jerusalem een week later ging,
daar was de Heere in het midden, Hij zei tot hen:
“ vrede zij u” , ten goede voor allen in de kring:
vrees niet, Ik ben opgestaan uit de doden, Ik Ben

Thomas, kom naar Mij toe, zie Mijn handen en voeten
en zie Mijn zijde, waar de lans doorheen is gegaan;
Ik Ben, De Levende, de Heer, kom Mij begroeten,
je kunt Mij en Mijn Woord geloven, het zal vaststaan:

wie in Mij gelooft, al ziet hij Mij niet, zal leven
en sterven zal hij niet, de dood ligt reeds achter hem;
wie Mij geloven: eeuwig leven zal Ik geven,
altijd zullen zij bij Mij zijn, in Jerusalem