Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
hij was viersterrengeneraal,
in David’s leger, in die tijd;
de Schrift vertelt ons het verhaal
van Joab, en van al zijn strijd;
hij was een zoon van Zeruja
die halfzuster van David was;
Abigaïl’s zoon, Amasa
is Joab’s neef, zoals men las

krijgslieden waren die beiden,
bedreven, in wat er toe dient
om waar nodig te gaan strijden;
gevreesd door vijand en door vriend;
Joab had twee broers in ’t leger:
Abisaï,een der helden,
Hasael, hij viel door Abner,
allen aanvoerders die telden

Joab was, sinds de eerste dag,
al met David opgetrokken,
in de oorlog, in een veldslag
toonde hij zich onverschrokken;
Abner werd gedood in Hebron,
door Joab, met Abisaï,
die op wraak voor Hasael zon
deze kleinzoon van Isaï

die ook Abner niet vertrouwde:
als die Isboseth liet zakken,
en David op Abner bouwde,
zou die dan de leiding pakken?;
daarom viel Abner daar door hem,
en zo bleef Joab generaal;
in Hebron en Jerusalem
daar speelde dat toen allemaal

zo ging het ook met met Absalom:
Joab greep in, en doodde hem;
“ ga zachtjes met de jong’ling om”,
maar Joab deed niet naar die stem;
“ Absalom, mijn zoon, o mijn zoon”,
David was bedroefd over hem,
maar Joab diende David’s troon

Amasa had daar de leiding,
in het leger van Absalom,
en toch kreeg David de neiging:
Joab niet meer, daar ging ’t hem om;
toen, bij de opstand van Seba,
zette David Joab opzij,
maar Joab doodde Amasa:
de legerleiding blijft bij mij!;

David was ouder geworden,
maar had geen actie genomen;
dan kunnen dingen verworden,
er kan onzekerheid komen,
wie zou na hem koning wezen:
Adonia, de oudste zoon ?;
die wilde dat wel: in dezen
gaan zitten op de koningstroon

en Joab, die was op zijn hand,
maar Salomo werd de koning,
en toen was er rust in het land;
Joab verbleef in zijn woning;
maar David sprak wel over hem,
over Joab, met Salomo,
David sprak met bittere stem:
handel met hem maar evenzo

als toen gebeurde met Abner,
en met Amasa, door zijn hand;
beloning voor Joab: was er
niet bij, het was er van geen kant,
voor de viersterrengeneraal
die zich geheel gegeven had
met vlees en bloed, een man van staal,
maar geen beloning op zijn pad

Joab verbleef in zijn woning,
’t was niet ver weg, op ’t platteland
Salomo was toen de koning,
er was zo weinig aan de hand;
maar later ging het toch verkeerd,
toen Adonia ’t weer waagde:
het koningschap had hij begeerd
dat was het dat hem behaagde

Salomo nam ’t heft in handen:
Adonia kwam aan zijn end,
kennelijk had Joab banden
met hem, al is ‘ t niet echt bekend;
Joab vluchtte naar de tempel,
hij greep de hoornen van ’t altaar
in God’s huis, over de drempel,
Benaja doodde hem aldaar

zo is het Joab hier vergaan:
Joab, viersterrengeneraal,
altijd voor David klaargestaan
een leger opgebouwd, van staal,
dat heeft hij voor God’s volk gedaan;
hij heeft zijn krachten ingezet,
hij is de Tempel ingegaan,
bij ’t Altaar deed hij zijn gebed

bij 2 Samuël, 1 – 3, 13 – 20, 23;
1 Koningen 1 - 2