Dichter: Pronk-Waterlander, Anke Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Ze kwamen m'n leven binnen via TV.
Documentaire, leed van verre
en wat moest ík er mee?
Maar ik zette welwillend
m'n glas even neer.
Wat ik tóen zag
vergeet ik m'n leven niet meer!
Mensen, die wonen
op een immense vuilnisberg.
Een bestaan zó schrijnend,
voor woorden te erg.
Die dag en nacht niets anders doen
dan het sorteren van afval
voor een karig rantsoen!
Die leven en sterven
in stank en walm!
En ik huilde bij de blik in hun ogen
zo moedeloos berustend,
zo onverdragelijk kalm!
Ik zag hun zieke kinderen
hoe ze daar in hun ellende stonden.
Hoe ze speelden tussen de resten
die hun blote voeten verwondden.
Ik besefte dat het enige schone
in hun leven, niet grijs en grauw,
de lucht boven hun hoofden was,
het hemelse blauw.
Trillend zocht ik weer troost
bij de inhoud van m'n glas.
En toen het programma ten einde was
bad ik verbijsterd tot God:
Hoe kunt U dít aanzien?
Dóe toch iets! Amen.
Daarna keek ik weer
naar het beeldscherm.
Er verscheen reclame...


Anke Pronk-Waterlander


1988


ingezonden: 18 maart 2006

You have no rights to post comments