Dichter: Tricht, Justus A. van Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Hoe lang zal de kerk nog bestaan
voor dat zij eens zal ondergaan
en dan de kerkklok met een plof
vallend breekt in ’t opwaaiend stof?

Trekt de ontkerkelijking haar spoor
en zet die trieste lijn zich door
waardoor de kerk haar deuren sluit
noodzakelijk tot sloop besluit.

Wat gaat die lege plaats ons doen
aan ons vertelt de tijd van toen
zal spreken van verleden tijd
die aan Gods woorden bleek gewijd?

Wordt ’t leven dagelijkse sleur
en zonder kerkgang de teneur
wanneer er geen kerkklok meer klinkt
geen mens meer bij het orgel zingt.

Of biedt de toekomst de kerk hoop
en volgt er weer nieuwe toeloop
als menig mens opnieuw beseft
dat geloof hoop biedt als leed ons treft.

Wordt alle afbraak nog geremd
die de kerk voor haar doel bestemd
zodat geloof hoop en liefd’ die drie
weer klinken met hun melodie.

Kom bidt met mij voor nieuwe groei
voor de kerk krachtig in haar bloei.
Geloofwaardig in de wereld staand
de wereld weer tot liefde maant.

Maar daarbij ook verdraagzaamheid
voor handelen dat een mens verblijdt.
Die intens voor de vrede strijd
en naar Gods woord het geloof belijdt.