Dichter: Kuijper, Jan Pieter Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Het recht vertredend op de paden,
als blinden tastend langs de wand,
zijn wij in woorden en in daden
fel tegen Gods gebod gekant.
Maar Hij heeft Zelf Zijn heil bereid,
gesteund door Zijn gerechtigheid.

Gegord in ’t harnas van het rechten,
met op Zijn hoofd de helm van heil,
maakt Hij Zich klaar om te gaan vechten.
Hij straft het kwaad, en onderwijl
heeft Hij Zijn Sion Zelf bevrijd,
in kleding der gerechtigheid.

Nu heeft Hij mij Zijn kleed gegeven,
als onderpand van eeuw’ge trouw.
Hij heeft het Zelf voor mij geweven
op Zijn volmaakte weefgetouw.
En draag ik tot in eeuwigheid
de mantel der gerechtigheid!

Naar Jesaja 59:17 en 61:10

(wijs: Lied 314: Gij die gelooft, verheugt u samen)

Reacties  

#1 Coby Poelman Duisterwinkel 28-01-2010 18:11
Heel bijzonder. Vooral de laatste strofe. Verrassend.
Vr. gr. van Coby.