Dichter: Kuijper, Jan Pieter Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Ik zag en zie: het oude is voorbij,
een nieuwe aard’ en hemel geeft Hij mij;
ook zijn de zeeën nu voorgoed verdwenen.
Ik zie een stad van schitterende stenen;
ze daalt bij God vandaan in al haar pracht,
zoals een mooie bruid haar man verwacht.

Vanuit die nieuwe stad Jeruzalem
hoor ik, vanaf de troon, een luide stem:
“God zelf wil in zijn tent bij mensen wonen,
Hij zal zijn koninklijke grootheid tonen.
Er zal geen pijn meer zijn en geen verdriet,
Hij wist de tranen weg die Hij nog ziet.

Er zal geen rouw meer zijn, geen jammerklacht;
het is gedaan met satans wrede macht!
Want wat geweest is, zal er nooit meer wezen,
Hij zal de ziekte, pijn en smart genezen!”
Het is zijn eigen stem die zegt tot mij:
“Ik maak het nieuw, het oude is voorbij!

Want Ik ben zelf het einde en begin;
het is volbracht, ’k sta voor mijn woorden in.
Kom dan bij mij, Ik zal je alles geven;
drink uit mijn bron het water van het leven.
Dit zal het deel zijn van wie overwint:
Ik ben je God en jij mijn eigen kind!”

Openbaring 21:1-7

Wijs: Psalm 1