Dichter: Kuijper, Jan Pieter Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

“Wees niet bang en trek ten strijde,
God, die eertijds Jacobs zaad
uit Egypteland bevrijdde,
is het die terzijde staat.
Laat uw hart van angst niet beven,
God geeft heil in het gevaar!
Hij zal zelf zijn zege geven”,
spreekt Hij door zijn middelaar.

Toch is God vol mededogen
voor de vijand, want Hij bood
hun het heil aan, is bewogen,
zoekt de vrede, niet de dood.
Als de vijand wél gaat strijden,
moet hij sterven door het zwaard;
maar wil hij de strijd vermijden,
wordt het leven hem gespaard.

Als het tot een strijd zal komen
en men hout zoekt voor ’t beleg,
spaar dan wel de vruchtenbomen
en neem niet het voedsel weg.
Verder mag men alles houwen:
hout voor een beleg’ringswal,
of ook and’re dingen bouwen,
waar de stad door vallen zal.

Zo heeft God zijn wet gegeven
voor zijn volk in oorlogstijd.
Zelf heeft Hij dit opgeschreven
voor hun heil in elke strijd.
Ook aan vijand en aan schepping
heeft Hij heil tentoongespreid.
Dit is hun behoud en redding:
’t Heil van God in oorlogstijd!

Zelf heeft God dé strijd gestreden,
aan het kruis, ten spot en hoon.
Door een heiden werd beleden:
“Waarlijk deze was Gods zoon!”
Halleluja, lof, aanbidding,
die mijn heil verworven heeft.
Ik strijd, in de overwinning,
tot Hij mij de zege geeft!

wijs: lied 109 ‘Hoor een heilig koor van stemmen’