Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
het pad van ’t recht, dat Ik bewandel
ga Ik, om God’s gerechtigheid
te dienen doorzoals Ik handel,
het geldt voor tijd en eeuwigheid;
zij die Mij volgen zullen ’t erven
Ik kwam voor uw behoudenis
wie Mij gelooft zal nimmer sterven
Ik ben uw God Die eeuwig is

de Vader heeft Mij aangewezen
van eeuwigheid ben Ik aldaar
zo was het, is het, hier in dezen
de Heere maakt Zijn Woorden waar:
Ik was er vóór de oceanen
zich aan ons tonen in hun kracht;
ook waterbronnen gaan de banen
die God ze stelt bij dag en nacht

Ik was er eerder dan de bergen
en heuvels die op aarde zijn,
vóór Basan’s hoogten Sion tergen
maar Moria is God’s domein;
God had nog niet de aardse velden
geschapen, alles tot Zijn eer
Ik was er reeds, Ik kan ’t vermelden
Ik was en ben bij God de Heer:

toen Hij de hemelen bereidde
een kring trok op de oceaan
de gang der wolken begeleidde:
Ik was er, om bij God te staan;
Hij stelde aan de zee Zijn perken
zodat die gaat naar Zijn bevel,
zo doet de Heer met al Zijn werken
Ik was er, in dit God’s bestel

Ik was reeds altijd bij de Heere
met vreugde voor Zijn aangezicht
voor wat Hij maakte tot Zijn ere,
Zijn liefde is op ons gericht
op mensenkinderen op aarde:
Mijn vreugde was en is met hen
Mijn Woord, dat heeft eeuwigheidswaarde
komt dan naar Mij, Die is en ben

want wie Mij vindt, die vindt het leven
wanneer u luistert naar Mijn stem
zal Ik u eeuwig leven geven
bij Mij, in ’t nieuw Jerusalem;
de wijsheid van vóór alle tijden
zij roept u op: komt dan naar Mij
Ik zal u door het leven leiden
en stellen aan Mijn rechterzij

bij Spreuken 8: 20-36