Dichter: Walraven, Angela Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Je spint garen bij wat je verheugd verrijkt.
Een ander spint wol, waarmee die dan breit.
Spinnen geeft een poes aan bij kroelende aai.
Een spin is een wending, een heel snelle draai.

Suikerspinnen, dat zal je weten, 
zijn alleen bedoeld om op te eten.
Hersenspinsels zijn webben in je geest.
Als ik ergens op spin, heb ik een verlangen.

Een spin is een vrouw met een vinnige sneb.
Een spin is een dier, dat meestal leeft in een web.
Voor spinnen ben ik niet bevreesd, wél voor slangen,
maar velen vinden de spin een angstaanjagend beest.

Sommigen hebben op het ziekelijke af grootste pech,
ze lopen bij het kleinste spinnetje zien gillend weg.
Sommigen vinden spinnen zo fascinerend mooi,
dat ze die houden in een bak of soort van kooi.

Er bestaan hele kleine, die je haast niet ontwaart,
er bestaan nogal grote, in mensenhandformaat.
Er zijn er met webben, er zijn er ook die jagen,
er zijn er die slechts 'n donker plekje vragen.

Er zijn er met gifkaken en er zijn erbij
die zelfs een mens dodelijk kunnen raken.
Er zijn er met minstens toch 'n pijnlijke beet,
of zó aandoenlijk dat je zegt: "Wat een scheet".

Hoe je een spin ook ervaart, van prachtig en nodig
tot om angstig te vrezen: zoals elk levend wezen
is des spins belangrijke zaak vastgestelde taak.
Bekijk de spin in de omgeving waarin hij leeft,
ontdek dan eens wat voor belang hij heeft.

Ook spinnen bestaan door Gods gesproken Woord.
Al die spinnen, in zo'n schier oneindige variatie:
je moet je wel verwonderen over deze creatie.
Denk dus even na vóórdat je een spin doodt:
ergens is dat eigenlijk een vorm van moord.

2001 {jcomments on}