Dichter: Jong, Hans de Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Ik kan niet nonchalant meer zijn
Onttrekken aan verdriet en pijn
Ik was zo graag naïef gebleven
Of liever nog van plicht ontheven

Maar er is kommer in de straat
Geen rust als ik de hond uitlaat
Ik moet mezelf ook steeds maar leren
Om confrontatie te negeren

Er zijn collega's op het werk
En geen van hen gaat naar een kerk
Ze maken zelf hun tien geboden
Van sport en spel en voetbal goden

Mijn vriendelijke overbuur
Wordt onuitstaanbaar achter 't stuur
Vermetel door de straten jachten
Om dan bij rood weer staat te wachten

Wat vroeger ging voor kattenkwaad
Is nu het bruut geweld op straat
Gezag en eerbied ligt gebroken
Er wordt niet echt meer recht gesproken

Eerst was het maar een incident
Een klap van een gemene vent
't Is nu gewone gang van zaken
Je moet er maar gewend aan raken

Politie laat het soms maar gaan
En kunnen er niet aan gaan staan
Aansprakelijk voor grote wijken
Verdelen hun prioriteiten

Veel vreemde eenden in de bijt
Verlangt van ons verdraagzaamheid
Elkaars gewoonten respecteren
Zal helpen bij het integreren

Een streven aan de and're kant
Naar liefd' en achting voor ons land
Zou de onvriend'lijkheden staken
En alles meer bespreekbaar maken

De buitenstaanders vangen bot
Want kerken zijn te vaak op slot
Vermoeien zich met kost en baten
Gezellig onder korenmaten

De dominees niet zonder schuld
Geheim van bijbel niet onthuld
Bekende teksten breed uit meten
Alsof wij helemaal niets weten

Ook gaan ze aan herhaling doen
Dan luister ik voor mijn fatsoen
Mijn vreugde vind ik bij het zingen
En handen geven - zulk soort dingen

Hun eer en waarde ging voorbij
Geen invloed meer op maatschappij
De wereld ligt nu losgeslagen
Slechts spaarzaam door gebed gedragen

Soms raken dominees gewond
De kerken snoerden hun de mond
Het zal hun zeker nog berouwen
Want zij verwierpen de getrouwen

God kwam op straat en is er nog
Geen oorlog meer en geen bedrog
Hij zal zijn waarheid nimmer krenken
Maar eeuwig zijn verbond gedenken

Hij maakt de rust en arbeid één
Een straat van goud en edelsteen
Ik aarzel om het te geloven
Het gaat mijn fantasie te boven

Hij wast mij rein als witte wol
Geschudde beker overvol
Hoe zal ik dan nog lopen klagen
En nonchalant ontheffing vragen?
Hans de Jong