Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Ge zult als God zijn, staat in Genesis,
maar dat woord werd gesproken door de slang,
de oude slang in wie geen waarheid is;
tegenstander van God, zijn leven lang.
Hij was toen daar, op de berg der goden:
een van de twaalf aartsengelen was hij;
hij was daar met alle eer ontboden
maar toewijding aan God was hij voorbij.
 
Want er werd onrecht bij hem gevonden
die eerst een beschuttende cherub was,
vervuld met geweld kwam hij tot zonden,
de Schrift zegt: Ik maakte hem toen tot as.
Ik wierp hem op aarde, zo luidt het Woord;
hij wil daar de schepping gaan vernielen,
zijn stem heeft Adam en Eva bekoord
waardoor ook zij tot zonde vervielen.
 
Als God zijn, klinkt nog steeds in de oren:
zelf bepalen wat goed en wat slecht is;
maar wie naar die verleiding wil horen,
die eindigt het leven in duisternis.
Na dit leven wordt gericht gehouden
door Hem, de Eeuwige, Die was en is;
Hij geeft Zelf, aan wie op Hem vertrouwden,
Zijn regels volgden, de behoudenis.
 
Door U zelf wordt met hem afgerekend
wanneer U terugkomt met de wolken;
hij weet dat: zijn vonnis is getekend,
dat wordt straks gezien door alle volken.
De eeuwige duisternis wordt zijn deel
dat hij door rebellie tegemoet gaat;
van hem en zijn macht blijft waarlijk niets heel,
voor wie hem volgden, geldt dezelfde maat.
 
Als God zijn, die verleiding gaat terzij
voor wie naar Zijn regels willen leven;
Hij zegt: ze zijn ten eigendom aan Mij
en Ik geef aan hen het eeuwig leven.
Want gij zult bij Mij zijn in Eden’s Hof
met edelstenen en levensbomen,
door Mij herwonnen tot Mijn eer en lof
daar zult ge voor eeuwig bij Mij komen.
 
bij Genesis 3 : 1 – 5; Ezechiël 28 : 12 - 20;
II Petrus 2 : 9; Judas : 6; Maleachi 3 : 17;
Openbaring 22 : 1 en 2.