Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Als men de Stad Jerusalem doorgaat
en bij de Leeuwenpoort de Stad verlaat,
dan kan men door het Kedrondal heen gaan
en bij de Olijfberg komen te staan.
 
De Heer was daar op Witte Donderdag
met Zijn discipelen, Hij wist en zag
de weg die Hij zou gaan en vóór Hem lag,
de Goede Vrijdag lag vóór de Paasdag.
 
Veertig dagen later was Hij daar weer,
langs de Hof der Olijven liep de Heer
met de discipelen, ook deze keer,
Hij sprak hen aan, aan Hem zij alle eer:
 
Gij zult Mijn getuigen zijn op aarde;
voor ieder, voor kind en voor bejaarde
die Ik in deze wereld vergaarde,
zijn Mijn Woorden van eeuwigheidswaarde.
 
Ik zie de zonden die hen berouwden,
voor hen heb Ik God’s wet onderhouden,
wend u tot Mij en gij wordt behouden
dan reken Ik u tot Mijn vertrouwden.
 
Ik kom terug, met kracht en heerlijkheid
elk oog zal Mij zien, aan het eind der tijd,
Ik oordeel naar recht en gerechtigheid,
na de aardse tijd is het eeuwigheid.
 
Ik zal op de Olijfberg komen staan,
die afdalen, Jerusalem ingaan
en de naam van die Stad zal zijn voortaan:
daar is de Heer; wij zullen rond Hem staan.
 
Wij mogen Jerusalem betreden:
Stad van de Koning, de Stad der Steden;
allen die Zijn Naam hebben beleden
zullen zijn bij Hem, in eeuwigheden.
 
bij Lucas 24 : 50 – 53; Handelingen 1 : 4 – 14;
Openbaring 1 : 7; Psalm 96 : 10 – 13.