Dichter: Pieterman, Abigaïl Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Wie neemt tijd om aan 't volgende te denken...
en hier serieus aandacht aan te schenken?
Dat wij allen op reis zijn naar d’ eeuwigheid
En dat er soms maar kan zijn, zo’n korte tijd
tussen het leven en de eeuwige dood?
Beseffen wij eigenlijk wel onze grootste nood?
Dat wij dood zijn voor de dood en voortleven,
Als of er niets zal zijn na ons aards leven?  

Wij leven voort alsof God niet zou bestaan
En de wereld niet eens ten onder zal gaan...
Wij zitten met droge ogen onder ’t gehoor
Van ’t levende Woord van God, en ’t dringt niet door:
Wij moeten eenmaal sterven en kunnen ‘t niet!!!
Doet het ons dan echt helemaal geen verdriet?
Dat wij geen acht geven op ’s Heeren roepstem
En wij doen alsof het Woord niet komt van Hem? 

Zullen wij dan eenmaal moeten omkomen
Onder de stromen, ja, eeuwige stromen...
Van de gramschap van de Drieënige God?
Zal dit dan moeten zijn ons lot? Ja! ons lot?
Zal dit bij ons de noodkreet doen opwekken?
Dat de bergen ons maar zullen bedekken...
De heuvels op ons vallen, o Heere!
Zullen wij ons dan nog kunnen bekeren?  

Neen! Want dan zal God tot ons roepen: te laat
Je hebt niet willen luist’ren, maar Mij gehaat...
Je hebt mijn roepstemmen naast je neergelegd
Terwijl ik steeds zo bewogen heb gezegd:
Bekeert U toch want waarom zoudt gij sterven...
Nu nog kan je het eeuwige leven beërven.
Maar neen! Mijn stem kon jou niet bekoren...
En nu, nú is het voor eeuwig... verloren...! 

Wat een wonder! Het is nog genadetijd,
Het is voor ons nog geen eeuwigheid
Zullen wij blijven leven in de zonden,
Terwijl de Vader Zijn Zoon heeft gezonden
Om ons uit genade zalig te maken?
Zal deze boodschap ons hart nog niet raken?
Of slaan wij op onze borst en zeggen wij:
Heere, ontfermt U mijner, bekeer ook mij!