Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
wordt het voor ons een dag met zonneschijn,
een lentedag waarop de bloemen geuren ?;
maar het kan ook een dag met regen zijn,
of wordt het herfst, waarbij de bomen kleuren ?,

de tijd te weten, is niet steeds gegeven,
hoewel dat alles voor ons is bepaald;
het staat Hierboven, in het Boek, geschreven;
ons komen en ons gaan staan daar verhaald

eens zal een dag voor ons de laatste wezen,
de aardse tijd is dan voor ons voorbij;
het is bekend, hoe ’t hier zal gaan na dezen:
die dag sluit zich, aan deze kant, voor mij

mijn aardse kleed zal worden weggedragen,
het wordt bij mijn geliefde neergelegd;
het zal daar rusten, tot de Dag der Dagen,
tot Christus komt, zoals Hij heeft gezegd

en wat een Gouden Morgen zal dat wezen !,
Hij komt, met grote kracht en majesteit;
bazuinen klinken blij in 't rond, bij dezen:
wij mogen delen in God's heerlijkheid

wij zullen altoos met de Heere wezen,
de tijd van rouwen is voorgoed voorbij;
“hij sterft niet, wie gelooft”, dat geldt in dezen:
dat zegt de Heere tegen u en mij

en aan de glazen zee zingt onze stem,
waar wij het Lam van God vol vreugde loven:
Hij doet ons wonen in Jerusalem,
bij Hem, in 't paradijs, het Hof der Hoven

Zijn Dag is eeuwig, vol met zonneschijn,
een lentedag, waarop de bloemen geuren;
de regen zal vol zegeningen zijn,
de jaargetijden schitteren in kleuren

bij Prediker 3, vers 10 e.v.; en 12, vers 1 e.v.