Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
wat is er ná de aardse tijd:
wie meent dat het dan over is,
die denkt niet aan de eeuwigheid
maar dat die komt, dat is gewis

het kan toch niet zo zijn, dat hier
het eindigt met het overlijden,
en dat ’t zo is voor mens en dier:
voorbij is het, voor alle tijden

God schiep ons voor de eeuwigheid,
zo was het in de Hof van Eden;
bij Hem, de Heere, geldt geen tijd,
bij Hem wacht ons een eeuwig heden

dat heeft de Heere toebereid,
Hij heeft en houdt het in Zijn handen:
de tijd en ook de eeuwigheid ,
de hemelse en d’ aardse landen

Hij houdt het Boek des Levens bij
en ook heeft Hij Zijn Woord gegeven:
dat “ieder die zich wendt tot Mij “,
aan die geef Ik het eeuwig leven

het overlijden is niets meer
dan ingaan in het eeuwig leven,
ontvangen worden door de Heer,
eeuwige vreugde zal Hij geven

wellicht komt Hij nog eerder weer:
de Ruiter op het witte paard,
met macht en majesteit en eer
keert Hij terug naar deze aard’

en wat een Morgen zal dat zijn! ,
rouw en verdriet zijn overleden;
wij zullen Hem, in zonneschijn
loven tot in eeuwigheden