Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Ik ben met u, alle dagen
tot het einde van de wereld,
zo luidde het woord van de Heer
op de dag van de hemelvaart;
wat Hij zei, dat is alles waard,
en Zijn belofte eens te meer;
dat is wat in eeuwigheid geldt
daarmee zullen wij het wagen

zij die niet zien maar geloven
zij hebben daar soms moeite mee,
want zij hebben ’t niet in handen
terwijl ze daar naar uitkijken
en gebeden omhoog reiken
-dat geschiedt in alle landen,
op reis over de levenszee-
naar de Heer, in ’t Hof der Hoven

Hij is hoorder der gebeden,
Hij doet, zoals Hij heeft gezegd;
wat Hij wil, kan niemand keren
wat God doet, geldt in eeuwigheid
is niet gebonden aan de tijd;
dat is wat de Schriften leren,
het is voor altijd vastgelegd,
bij de Heer, in ’t eeuwig heden

wij zullen Hem zien; Hij, Die is
en was; Hij, Die eeuwig zijn zal,
de Koning, in Zijn heerlijkheid:
zo zullen wij Hem aanschouwen;
Zijn Woord kunnen wij betrouwen,
Jerusalem verwacht die tijd
-die dagen zijn klein van getal-
als Stad van de behoudenis

Hij komt, met kracht en majesteit,
zien zullen Hem alle ogen
op die Grote Nieuwe Morgen:
wat een feestdag zal dat wezen;
in de Schriften staat ’t te lezen:
eeuwig weg zijn alle zorgen;
wie geloven, zullen mogen
verblijven in God’s heerlijkheid

tranen en rouw zijn daar niet meer;
zie, nieuw maak Ik alle dingen,
Ik herstel de Hof van Eden;
u bent bij Mij, alle dagen,
Ik ben ’t antwoord op uw vragen;
in een nieuw en eeuwig heden
zult u blijde tot Mij zingen:
aan U, Het Lam, zij alle eer

bij Mattheüs 28: 20; Openbaring 21