Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
geen aards koninkrijk

de aarde telt haar koninkrijken,
ze zijn in aanzien, hebben kracht,
ze willen voor elkaar niet wijken
het gaat hen om hun eigen macht

toch zal dat niet altijd zo blijven:
er komt een ander koninkrijk,
wie kan die heerlijkheid beschrijven
op aard’ is niets daaraan gelijk

dat koninkrijk zal eeuwig wezen,
het steunt op God’s gerechtigheid;
zo staat het in de Schrift te lezen:
Zijn heil en Zijn barmhartigheid

de aarde zal God’s lof aanschouwen
en vol zijn van Zijn heerlijkheid,
op Zijn Woorden kan ieder bouwen:
Zijn doen is vol van majesteit

bij Hem, de Heer, is louter vreugde,
tranen en rouw zijn daar niet meer;
daar is de Heer, Die ons verheugde
op onze aardse reis, steeds weer

nu is Hij Koning, van Moria
Zijn hofstad is Jerusalem
de Stad der Steden, in gloria
verworven, toebereid, door Hem

en allen die op Hem vertrouwen:
zij zullen voorgoed bij Hem zijn,
Hem in Zijn heerlijkheid aanschouwen
in Eden, Koninklijk domein

bij Daniël 7: 14 en 27; Jesaja 11: 9;
Johannes 17: 24-26, en 18: 36