Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Er komt een dag van heerlijkheid
en wat een dag zal dat gaan wezen:
dan zal de Heere Koning zijn,
zoals wij in de Schriften lezen;
Zijn hofstad is Jerusalem
die is op Moria gelegen,
dat bergland is door Hem begeerd
want daarheen leiden al God’s wegen.
 
Daar heeft de Zoon het waargemaakt
wat vóór de schepping was besloten:
dat hij het Lam van God zou zijn
waarbij Zijn bloed dan wordt vergoten;
zo ging het in Zijn aardse tijd,
die is door eeuwigheid omsloten
zoals het door God is bepaald,
want zo is het door Hem besloten.
 
Hij, de Heere der heerscharen
zal ons een feestmaal gaan bereiden
op de bergen van Moria;
naar wijn en spijs zal Hij ons leiden,
daar zal Hij de sluier wegdoen
die naties en volken nog bedekt:
Hij zal daar wegdoen, voor eeuwig
al wat Zijn schepping heeft bevlekt.
 
Hij zal de dood vernietigen,
Hij zal alle tranen afwissen
en die smaad van Zijn volk wegdoen;
wij zullen ons dat vergewissen
en juichen: Hij is onze God
wij hoopten op verlossing door Hem,
Hij zal eeuwig ons verblijden
in ’t Vaderhuis, in Jerusalem.
 
bij Jesaja 24 : 23; 25 : 6 - 10.