Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
want de eerste dingen waren voorbij gegaan;
ik zag de heilige stad, het nieuw Jerusalem
het daalde uit de hemel neer, bij God vandaan.

Zo schoon als een bruid op de dag van haar huwelijk,
met een heerlijkheid zoals God die geven kan
met de glans van een kristalheldere diamant
en met muren en poorten, daar zijn er twaalf van.

Ik hoorde een luide stem van de troon, Die zei
zie, nu zal het huis van God zijn bij de mensen,
Hij zal bij hen wonen, zij zullen Zijn volken zijn
Hij zal bij hen zijn, dat zijn de diepste wensen.

Hij zal alle tranen van de ogen afwissen,
de dood zal er niet meer zijn, noch geklaag, noch rouw,
dat alles aan aardse moeiten zal er niet meer zijn
de eerste dingen zijn voorbij,zie, en aanschouw.

En Hij Die op de troon gezeten is, Hij zeide:
schrijf dit op, want zie, nieuw maak Ik alle dingen,
deze Mijn Woorden, ze zijn getrouw en waarachtig
ze gelden eeuwig, ze zullen u omringen.

De eerste dingen zijn nu voorbij, ze zijn geschied;
en zie, Ik ben de Alfa en de Omega
van hemel en aarde ben Ik begin en einde,
Ik ben Koning der Koningen te Moria

Hier in Eden’s Hof, zal Ik  u Mijn vrede geven,
zie, Ik geef u het water des levens om niet,
ook zal Ik u al deze dingen doen beërven,
Ik zal uw God zijn, Die u eeuwig leven biedt.

bij Openbaring 21 : 1 - 8, en 10 - 12.