Dichter: Hoogendoorn, Rieteke Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
In de stilte van het hemeldal
is de stem van God vernomen
zuiver als kristal
klonk Zijn stem
door het heelal
alles hield zijn adem in
‘Ik ben de Alfa
de Eerste
het Begin’.

In de stilte van het hemelrijk
werd verwachting waargenomen
Gods Geest zweefde
het water beefde
aard’ en hemel bracht Hij voort
in de stilte werd het
scheppingslied gehoord
God sprak en zag hen aan
noemde aard’ en hemel bij hun naam
en machtig klonk Zijn ‘Amen’.

In de stilte van de eeuwigheid
waar geen mensenstem nog was te horen
klonken zacht de eerste
tonen van de tijd
en werd het licht geboren
een nieuwe dag kwam gloren
de duisternis moest gaan
God sprak en zag hen aan
gaf de nacht en dag hun naam
en machtig klonk Zijn ‘Amen’.

In de stilte van het morgenlicht
waar niets de rust nog kon verstoren
het licht haar stralen gaf
over de grote waterplas
schiep God een hemeldoek
in het midden van de watervloed
gingen wateren hun eigen baan
God sprak en zag hen aan
gaf het firmament haar naam
en machtig klonk Zijn ‘Amen’.

In de ruimte van het firmament
waar de hemellichten zouden komen
maakte God de aarde droog
en schiep de bloemen en de bomen
Hij liet de aarde kleuren
de kruiden geuren
het water werd een blauwe zee
de golven deinden zachtjes mee
God sprak en zag hen aan
noemde zee en aarde bij hun naam
en machtig klonk Zijn ‘Amen’.

In de schaduw van het bladerdak
waar de stilte lag te dromen
de luchten strak en stralend blauw
gaf God de aarde hemeldauw
de zonnestralen kregen kracht
sterren riep Hij voor de nacht
het zachte schijnsel van de maan
God sprak en zag hen aan
gaf ieder hemellicht een naam
en machtig klonk Zijn ‘Amen’.

In de warmte van de hemelzon
was de stilte nu verbroken
want een zuiver vogelkoor
gaf haar eerste loflied door
het werd een muzikaal boeket
vormde een vrolijk menuet
de vissen spartelden in de zee
de waterdruppels dansten mee
God sprak en zag hen aan
noemde vis en vogel bij hun naam
en machtig klonk Zijn ‘Amen’.

In de stille vrede van het paradijs
is de liefde teer ontloken
God schiep de dieren frank en vrij
het werd een prachtig schilderij
toen vormde God Zijn kroonjuweel
en schilderde met een penseel
Zijn evenbeeld in mensen
niets was er meer te wensen
God sprak en zag hen aan
noemde mens en dieren bij hun naam
en krachtig klonk Zijn ‘Amen, Amen’.

In de stilte van de laatste dag
waar de grote Kunstenaar
Zijn schepping overzag
en Hij de rust ging nemen
kwam in een zachte avondwind
de Vader naar Zijn mensenkind
nam ze samen bij de hand
wandelde door het wonderschone land
Hij sprak en zag hen teder aan
‘zes dagen mag je werken gaan
maar deze dag blijft voor ons samen’
en heel de schepping zei toen ‘Amen’.

Ik ben de Alfa, en de Omega,
het Begin en het Einde,
de Eerste en de Laatste.

Genesis 1 en 2 en Openbaring 22