Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Heere, hoe kon het ooit gebeuren
dat in Uw eeuw’ge heerlijkheid.
waar steeds, in goud, de bloemen geuren,
voor toen, en nu, en voor altijd
men méér wou dan U hebt gegeven,
en tegen U in opstand kwam,
om naar de hoogste macht te streven
en dat men zelf die plaats innam

er kan geen and’re uitkomst wezen:
het eindigt in verlorenheid
-zo was het toen, zo is ‘t in dezen-
als loon voor die opstandigheid
God zal die rebellie beënden,
ze zijn de hemel uitgezet;
nu willen zij God's schepping schenden,
en mens en dier ervaren het

voor ons ging ’t paradijs verloren,
al was dat onze eigen schuld;
en alles willen zij verstoren,
dat wordt op deze Dag onthuld:
die Grote Dag, de Grote Morgen,
dat Jezus komt in heerlijkheid:
Hij brengt een eind aan alle zorgen
en ook aan die gebrokenheid

ook gaan bij God de boeken open
van wat die vijand heeft misdaan;
die kan zijn vonnis niet ontlopen:
hij komt in Gods gericht te staan;
daar zal het tot vergelding komen
voor alles wat is aangericht;
daaraan kan niet worden ontkomen:
God's recht wordt aan hem uitgericht

in volle maat wordt ’t aangerekend,
het loon voor die vijandigheid:
ten volle wordt dat afgerekend,
dat blijft zo, tot in eeuwigheid;

Heere, moge het gaan gebeuren
dat in Uw eeuw’ge heerlijkheid
waar steeds, in goud, de bloemen geuren,
wij bij U zijn, dan voor altijd

bij Openbaring 12, vers 7 e.v.; en 20, vers 7 e.v.