Dichter: Veen-Niemeijer, Marian van der Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Wat doet de mens de aarde aan
die hem in bruikleen is gegeven.
Hoever kan de verkwisting gaan,
is status tot de norm verheven.

De beelden vliegen onze kamers binnen
van droogte, armoe, onderscheid.
Wanneer komt de mens bij zinnen?
Arm en rijk, onzekerheid.

De hoop ligt nog in onze handen,
die we voor ons nageslacht,
verspreid over de wereldlanden
ineen slaan, tot een sterke macht.

Een macht van liefde en van hoop
dat lam en leeuw weer samenleven,
elk kind in liefde wordt gedoopt
door een goede God gegeven.

Een God die niet meer door de mens
bevochten wordt om naam of leer,
Een wereld waar geen land of grens
meer medemensen keert.

Dat is het grote visioen
van mensen die de vrede zoeken,
die niet slechts prediken maar doen,
laat hen de overwinning boeken.

Zodat Gods onbegrensde rijk
weer op de Hof van Eden lijkt.