Dichter: Blaak, Henny Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


KLAAGLIED 4


God,
Weer zag ik de duizenden
geslagen en verslagen gaan
over de wegen naar het niets.


Weerloos en hopeloos
de kinderen
die zoekend en dwalend,
door vliegen besprongen,
verhongerd hun einde vonden.


En altijd weer de doorvoede,
sterke, mannen met hun geweren,
hun stokken of soms alleen hun laarzen
Steeds maar schieten
Steeds maar slaan en
steeds maar trappen
naar wat weerloos en onschuldig is.
Schepsels zijn het, ook zij.
Geschapen naar Uw beeld en gelijkenis.
Door U gewild.


Men zegt dat Uw ogen te zuiver zijn om het kwaad aan te zien.
Men zegt dat U het onrecht niet onbewogen kunt gadeslaan,
maar hoe kunt U dit onrecht aanzien en zwijgen?


Hoelang en hoe vaak moeten we roepen: God, God!
U luistert niet.
Hoelang moeten we naar U schreeuwen: Help en wreek!
U luistert niet.
Waarom laat U dat lijden gaan?
Waarom ziet U die ellende alleen maar aan?


Schepsels zijn het.
Geschapen naar Uw beeld en gelijkenis.
Door U gewild.
U behandelt ze als vissen in de zee, als het wemelend gedierte
Die geen meester hebben.
Waarom?
Waarom dit wachten?   
Henny Blaak


13 augustus 2006