Dichter: Kuijper, Jan Pieter Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Ik zag de liefde in zijn ogen
voor heiden, Jood, Samaritaan.
Hij roept hen dat ze mogen komen –
de scheiding is tenietgedaan.
Ik zag het, ik, Israeliët,
en ik begreep die vrijheid niet.
 
Ik zag de tranen in zijn ogen,
toen hij de lijdenstuin betrad.
Hij knielde neer, zijn hoofd gebogen,
terwijl hij onderworpen bad.
Ik zag het, maar begreep nog niet
voor wie hij al die tranen liet.
 
Ik zag de droefheid in zijn ogen:
verraden door een goede vriend.
Een leerling die hem heeft bedrogen –
dat heeft hij zeker niet verdiend.
Ik zag het, toch begreep ik niet
de liefde achter zijn verdriet.
 
Ik zag het dulden in zijn ogen;
geen stok en zwaard waarmee hij streed.
En niemand kwam zijn tranen drogen;
hij ging alleen in al zijn leed.
Ik zag dat God hem zelfs verliet –
een dieper lijden is er niet!
 
                         ###
 
Nu heb ik tranen in mijn ogen:
Voor allen is de schuld voldaan!
Dankzij zijn diepe mededogen
voor heiden, Jood, Samaritaan.
Ik zie het, maar nog peil ik niet
hoeveel hij in die mensen ziet.
 
Ik zie de liefde in zijn ogen
als hij hen bij het kruis ziet staan.
Met allen is hij zeer bewogen,
zelfs met de daders daar vooraan.
Aan blank en zwart geeft hij gena;
de grond is vlak op Golgotha.

Melodie: “Ik heb de vaste grond gevonden”