Dichter: Messie, Han Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Aan de dichte struik hing een grote, klokvormige bloem, die prachtig roze glansde.
Het gras voelde zich vereerd dat er zo'n geweldige, geurende kroon boven hem hing.
"Bewonderenswaardige bloem, wij zijn trots om zo'n koningin als u te hebben," zeiden alle groene sprietjes tegelijk. "Weest u blij met uw gewillige onderdanen!"
He roze van de bloem werd donkerder. Dit moest allicht blozen voorstellen.
"Als milde vorstin zal ik al hangend naar beneden groeien, naar jullie toe. Jullie zullen opschieten, mij tegemoet. Tenslotte mogen we elkaar raken."
Na enige tijd klonk het gekletter van een flinke regenbui. De tikkende druppels gaven de bloem en het gras de gedachte steeds sterker te worden, des te sneller tot hun lenvensbestemming te komen.
Later scheen de zon heerlijk. Het was verrukkelijk om in die warmte te mijmeren over "spoedig."
Maar de zon scheen heel wat dagen toch te fel. De bloem verschrompelde tot een grauw propje. Het gras was helemaal bruin en dor, groeide ook niet meer.
Een harde wind blies de bloem aan snippertjes, drukte het toch al zo nietige gras vernederend tegen de grond aan.
Maar die suizende bulderbast sprak met al zijn levenswijsheid:
"Mijn adem verwoest jullie. Daardoor word je nu klaargemaakt voor een nieuw bestaan. Dat is iets wat jullie nog helemaal niet kennen. Ik breng de woorden van de grote profeet, die vertelde dat de bloem afvalt en het gras verdort. Maar bij al wat vergaat, houdt Gods Woord eeuwig stand."