Dichter: Westerhof, Jan Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Zie naar de velden,
voor u,
de groene weiden,
het ruige weiland,
groen gras,
sinds alle tijden,
vermengd met geel,
van d' ontelbare boterbloemen,
’t geluid van bijen
en andere insecten die daar zoemen.

Zie naar de lucht,
staalblauw,
contrast met witte wolken,
geen schilder kan de vrijheid zo vertolken,
en naar de randen aan de velden,
van bomen die daar sieren,
hoor ook de wind die ruist
en ritselt in de populieren.

Zie naar het beekje,
dat rimpelt door de wind,
die onverklaarbaar
haar eigen weg steeds vindt,
de lelies in het water,
torretjes,
visjes en libellen,
de gele lis,
wat riet en watervlooitjes,
niet te tellen.

En dan de vogels,
de spreeuwen en de kraaien,
de merels,
mussen en de Vlaamse gaaien,
en ook de vlinders die fladderen over ’t veld,
terwijl de karekiet,
haar eigen lied vertelt.

De weiden die vol zijn van dieren in hun jeugd,
de lammetjes en kalfjes
verkondigen veel vreugd,
genietend heerlijk blij
van de natuur rondom,
hebben geen zorgen
en ook geen eigendom.

Zie naar de vogels op het veld,
de bloemen in de weiden,
zij werken niet voor later
en met gehaaste tijden,
geen eigendom,
geen voedselvoorraad
en geen zorgen,
zij leven slechts in ’t heden
en denken niet aan morgen.

Leef als een vogel,
dag bij dag,
Wat later komt,
het is voor u verborgen.
Wees maar gerust,
't is in Gods hand,
vertrouw op Hem,
Hij zal wel voor u zorgen.