Wanneer ik ooit bij God mag komen,
is dat de vervulling van dromen
waar menigeen naar uit mag zien.
Daar staat mij hemels heil te wachten
om de pijn van mijn wonden te verzachten.
Eeuwig durend bovendien.

Een hartelijk onthaal aan de poorten van Gods huis
door de Koning van het kruis.
Genodigd aan de tafel van die Heer.
Feestelijk gedekt met spijzen voor de ziel,
waar ik in dankbaarheid voor kniel
en juichend zingen zal, te Zijner eer.

En mocht mijn deel dat ooit eens zijn,
te verkeren in dat goddelijk domein,
is dat voor mij al ruim genoeg.
Ik heb dat alles nooit verdiend.
Ik was op Gods wegen zo slechtziend.
Desondanks schenkt Hij vergeving, waar ik om vroeg.

Er is voor mij daar zelfs een woning.
God zal mij kleden als een koning.
Doch, zou ik slechts, onder een schamel dak gezeten,
mij mogen voeden met wat van Zijn tafel rest,
in kleding van een bedelaar, is dat mij best,
zolang ik mij in Zijn nabijheid maar mag weten.
-

Reacties mogelijk gemaakt door CComment