ik bezoek, met bloemen, nogal eens een gaarde
het heet daar Charlois, 't is niet ver bij Rhoon vandaan
het heeft voor mij daar grote waarde:
daar zijn geliefden die de eeuwigheid zijn ingegaan

zij wachten op de Grote Morgen
dat Jezus Christus weerkomt op die Jongste Dag
dan zijn voorbij al hun en onze aardse zorgen
want daar is Hij voor elk die naar Zijn dag uitzag

zij die daar zijn, ze zullen allen opstaan
de Heer geeft hen opstandingsheerlijkheid
en wij, die hier alsdan nog op d' aarde rond gaan:
samen met hen krijgen wij onsterfelijkheid

we wachten op die dag, dat de bazuin zal klinken
dat de hemel opengaat, en de Heere naar ons komt
en aarde en hemel in nieuwe schoonheid blinken
en men Hem lof toezingt die nooit verstomt

er is een gaarde, die heet Eden, Hof der Hoven
met bloemen en fonteinen, grote heerlijkheid
daar zullen we de Heere loven
en met Hem zijn in eeuwigheid

en daar is ook Jerusalem, op Moria
de Stad door God bemind, de Stad der Steden
in wat voor schoonheid : 't is Jerusalem in gloria
daar is de Heer voor ons in 't krijt getreden

wij zullen witte klederen dragen
en voor altijd bij de Heere zijn
uit vrije gunst, naar 't eeuwig welbehagen
en Hij reikt ons daar brood en wijn

bij : I Thessalonicenzen 4 : 13 - 18
-

Reacties mogelijk gemaakt door CComment