het was vrijdagmiddag geworden, en de avond kwam nabij
en voor die tijd moest het daar tot een einde worden gebracht
alvorens de Pesach en de Shabbath zou gaan beginnen
het moest algeheel klaar zijn voor het begin van de nacht
de soldaten kwamen kijken naar die drie aldaar
de Heere was reeds heengegaan, in de middag, voor de nacht
maar de soldaten handelden zoals was voorgeschreven:
een stoot met een speer in het hart die doodszekerheid bracht
de beide anderen daar, die waren nog in leven
ook voor hen gold: ze gaan er vandaag aan
de soldaten sloegen met een staaf hun onderbenen stuk
zodat ze niet meer op hun voeten konden staan
het hart en het lichaam kon het dan niet lang meer aan
want hun ademhaling zou het dan snel gaan begeven
en dan was het ook met hen afgelopen voor het donker viel
terwijl de speerstoot een einde maakte aan hun leven
ze werden van het kruis afgehaald en ergens neergesmeten
de honden en jakhalzen zouden hen wel vinden
daar hoefden de soldaten geen zorg meer aan te geven
het waren criminelen en van hen geen vrinden
Josef van Arimathea en Nicodemus waren daar
ze hadden kleding en kruiden meegenomen
ze namen de Heer eerbiedig en liefdevol af van het kruis
daartoe waren immers ze naar Moria gekomen
ze legden de Heer in een nieuw rotsengraf
daar had nog nooit iemand eerder begraven gelegen
zij sloten het graf met een rolsteen af
zij deden het met eerbied en onder God's zegen
zo werd het vrijdagavond, zonder de Heer, en alleen
de discipelen waren bijeen en zij voelden zich verslagen
en ook op de zaterdagse Shabbath was het stil
maar de Heer had gesproken van opstaan na drie dagen
en zo werd het zondag, de dag van Pasen
engelen hadden de steen voor het graf weggenomen
daar was de Heer, in opstandingsheerlijkheid
het Lam van God had Zijn leven hernomen
Hij draagt Koninklijke waardigheid
Hij is voor u en mij dwars door de dood gegaan
Hij is de eerste en Hij is de laatste, de alfa en de omega
Hij is in glorie en voor eeuwig opgestaan
zo is de Paasmorgen daar begonnen, in Jerusalem
wat een dageraad, wat een Morgen van verblijden !
de Goede Vrijdag was er aan vooraf gegaan
waar "het is volbracht" klonk, geldend voor alle tijden
en wat nu volgen gaat, dat is het Grote Pasen
de Dag dat de Heer weerkomt in heerlijkheid
allen die zijn ontslapen, zullen ontwaken
voor hen en voor ons is het dan eeuwigheid
dan ligt de dood voorgoed achter ons allen
dan verkrijgen wij onsterfelijkheid
en elk van ons gaat naar zijn eeuwig huis
bij de Heere Heere is er alle heerlijkheid
in Sion, de stad van onze feestelijke bijeenkomsten
wij zullen daar steeds bij de Heere zijn
wij zullen de Koning in Zijn schoonheid aanschouwen
en wandelen in hemelse zonneschijn
Goede Vrijdag en Pasen, in Jerusalem
Pasen, wat een Dag en wat een Morgen
toen, en voor nu, en in eeuwigheid
Jezus Christus verlost ons van alle zorgen
Hij ging toen, naar Zijn eeuwig welbehagen
alleen door de straten van De Stad naar Moria
nu is Hij de Koning, met ons allen om Zich heen
Hem, het Paaslam, de Koning der Koningen, zij alle gloria
in de Stad der Steden, in Jerusalem
Zijn Koningsstad, de Stad die Hij verkoren heeft
van voor de grondlegging der wereld
is Hij daar Koning, Hij, Die eeuwig leeft
Jerusalem en Eden, een plaats met brede stromen
daar is de Paasvorst toen en nu en na voor dezen
Hij vervult Sion met recht en met gerechtigheid
daar zal de Heere heerlijk voor ons wezen
Pasen, o morgen van verblijden
- Details
- Geschreven door: Jacobsen, Thomas
- Categorie: Pasen (opstanding)
- Hits: 9
-